Wat zijn flavonolen?

Flavonolen zijn fytochemicaliën behorend tot de categorie flavonoïden. Ze zijn daarbij volop aanwezig in het vruchtvlees van vruchten en groenten. Hun kleur wordt door uv-straling beïnvloed. Flavonolen behoren tot een van de grootste groepen flavonoïden. De concentratie ervan in voedingsmiddelen is echter niet altijd hetzelfde. Dit is onder andere afhankelijk van de plantsoort, het seizoen, de rijpheid, de verwerking en bereiding.

Kleur

Flavonolen hebben over het algemeen een levendige kleur geel. Hoe helderder, hoe hoger de dichtheid van flavonolen.

Ook aanwezig in

Er zijn tientallen flavonolen, maar de meestvoorkomende soorten zijn:

• Quercetine

Kappertjes, cranberry's, uien, witte bessen

• Kaempferol

Spinazie, boerenkool, bieslook, groene bonen

• Myricetine

Broccoli, oregano, venkel, rode wijn

• Isorhamnetine

Amandelen, dragon, peren, nopal

Onderbouwend onderzoek

Er lijkt een verband te zijn tussen een dieet met veel flavonolen en gunstige resultaten in diverse onderzoeken. Het onderzoek is nog gaande, maar flavonolen dragen wellicht bij aan gewichtsbeheersing en het voorkomen van hart- en vaatziekten en kanker.

Het BMJ publiceerde in 2016 bijvoorbeeld onderzoek waarin men 24 jaar de inname van flavonoïden bij mannen en vrouwen observeerde. Hierbij hield men rekening met leefstijlgerelateerde factoren (voedingspatroon, roken en lichaamsbeweging). Uit de resultaten bleek dat een "hogere inname van voeding met veel flavonolen, flavan-3-olen, anthocyanines en flavonoïde polymeren mogelijk bijdraagt aan gewichtsbeheersing bij volwassenen” (Bertoia et al., 2016).

Het British Journal of Cancer ontdekte dat Griekse vrouwen met een dieet rijk aan flavonoïden een "omgekeerde associatie" vertoonden met borstkanker. Er deden 820 vrouwen mee aan dit gecontroleerde onderzoek. De onderzoekers concludeerden dat er "geen associatie" was "van borstkanker met flavanonen, flavan-3-olen, flavonolen, anthocyanidines of isoflavonen” (Peterson et al., 2003).

In 2002 ontdekte het American Journal of Clinical Nutrition dat verschillende flavonolen wellicht het risico op chronische ziekten verminderen. Quercetine zou in verband staan met een “lager sterftecijfer als gevolg van ischemische hartziekten”. Bovendien zou het de “kans verkleinen op het ontstaan van longkanker”. De inname van kaempferol verminderde daarbij de “ontwikkeling van cerebrovasculaire aandoeningen” en een dieet met veel myricetine ging gepaard met "een lager risico op prostaatkanker” (Knekt et al., 2002).

De inname van flavonoïden gedurende een periode van tien jaar zou ervoor zorgen dat er minder cognitieve afbraak optreedt. Het American Journal of Epidemiology ontdekte bij proefpersonen met een hogere flavonoïdeninname “betere cognitieve prestaties bij aanvang”. Ook vertoonden ze een “betere ontwikkeling van prestaties na verloop van tijd”. De onderzoekers ontdekten overigens dat de levensstijl tevens van invloed was (Letenneur, Proust-Lima, Le Gouge, Dartigues, & Barberger-Gateau, 2007).

Veiligheid en bijwerkingen

De meeste onderzoeken lijken te wijzen op een goede tolerantie van flavonolen. Toch zijn er ook bijwerkingen waargenomen bij excessieve inname van flavonoïden. Een rapportage uit 2000 van Free Radical Biology & Medicine stelt bijvoorbeeld dat een hogere dosering flavonoïden mogelijk werkt als mutageen en pro-oxidant. Ook zou het enzymen als cytochroom P450 remmen. Het advies luidt dat mensen "niet meer flavonolen zouden moeten innemen dan gebruikelijk is bij een typisch vegetarisch dieet”.

Welk product heb ik nodig?
As Seen On: