Hoe werkt het endocannabinoïdesysteem?

Het endocannabinoïdesysteem is een regulerend systeem. Het is verbonden met belangrijke organen, het immuun- en zenuwstelsel en met delen van de hersenen. Het ECS speelt een rol in bijna alle primaire fysiologische functies. Wetenschappers komen er daarbij steeds meer achter dat het essentieel is voor homeostase. Dat is de capaciteit van het lichaam om een staat van interne balans in stand te houden. Voordat het echter te technisch wordt, leggen we eerst uit hoe en wanneer het ECS is ontdekt.

De ontdekking van het endocannabinoïdesysteem (ECS)

Bij onderzoek naar het menselijk lichaam, ontdekken wetenschappers vaak eerst het ‘systeem’, voor de receptoren en chemische stoffen die het aanjagen. In het geval van het endocannabinoïdesysteem geldt het tegenovergestelde. In 1990 ontdekten en isoleerden wetenschappers de CB1-receptor. Twee jaar later werden CB2-receptoren gevonden.

Rond de tijd waarin de CB2-receptoren werden geïdentificeerd, ontdekten Amerikaanse wetenschappers die in Jeruzalem werkten de endocannabinoïde anandamide. Elke ontdekking was een stap dichterbij het verhelderen van het systeem dat alle genoemde componenten met elkaar verbond. Namelijk het endocannabinoïdesysteem. In de zoektocht naar meer endocannabinoïden ontdekten wetenschappers uiteindelijk het ECS. Dit blijkt een systeem te zijn dat moleculaire signalering door het hele lichaam in de gaten houdt.

Het heeft even geduurd voordat wetenschappers hebben doorgrond waarom al deze receptoren en chemische stoffen er zijn. Daarbij is ons begrip van het ECS de afgelopen jaren enorm toegenomen. Momenteel veronderstelt men dat het systeem zelfs van levensbelang is voor de lichamelijke capaciteit om interne functies in balans te houden. Vroeg onderzoek wijst erop dat tekorten aan endocannabinoïden voorafgaan aan diverse kwalen.

Synthetische cannabinoïden, fytocannabinoïden en endocannabinoïden beïnvloeden het ECS stuk voor stuk

In de basis werkt het ECS op eenvoudige wijze; het houdt de interne systemen van het lichaam in de gaten. Daarnaast faciliteert het systeem de afgifte van endocannabinoïden als het een onbalans ontdekt waarbij het in staat is te helpen. Deze endocannabinoïden binden zich vervolgens aan receptoren die zich verspreid over het lichaam bevinden. Dat leidt tot prikkeling van diverse biologische functies. Veel factoren zijn van invloed op de effectiviteit van ons ECS. Maar van groot belang is de productie of toediening van de chemische bestanddelen die nodig zijn om zich met deze receptoren te verbinden.

We hebben al gesproken over de endocannabinoïde anandamide. Naast een handjevol andere intern geproduceerde chemicaliën, staat deze in wisselwerking met het ECS. Maar dit is niet de enige stof die zich bindt aan de receptoren die zijn verbonden met het endocannabinoïdesysteem. Fytocannabinoïden (cannabinoïden afkomstig van planten) hebben een vergelijkbare moleculaire structuur als endocannabinoïden. Ze bestaan echter buiten het lichaam. De hennepplant is een van de vele planten die veel fytocannabinoïden bevatten, zoals CBD, CBC en CBG. Als je deze plant consumeert, leidt dat mogelijk ook tot reacties middels CB1- en CB2-receptoren.

Tot slot zijn er synthetische cannabinoïden. Dat zijn door mensen gemaakte verbindingen die de moleculaire structuur van zowel fytocannabinoïden als endocannabinoïden nabootsen. Synthetische cannabinoïden zijn specifiek ontworpen om bepaalde receptoren te bereiken. Ze zijn vaak overweldigend voor het lichaam en veroorzaken in sommige gevallen ongewenste bijwerkingen.

Twee soorten receptoren zijn verbonden met het ECS

We kennen nu het systeem en de chemicaliën die nodig zijn om een reactie op te wekken. Nu gaan we de twee met elkaar verbinden. Dat wordt gedaan door middel van de eerder genoemde CB1- en CB2-receptoren. De naam van elk van deze receptoren correleert met de specifieke chemische stoffen waaraan ze zich kunnen binden. Fytocannabinoïden als THC hebben een voorkeur voor CB1, terwijl CBD meer affiniteit heeft met onder andere CB2-receptoren. In deze gevallen stuurt de cannabinoïdereceptor een signaal naar het deel van het lichaam dat ermee is verbonden. Daardoor worden de gerelateerde cellen tot actie aangezet.

De meeste CB1-receptoren komen voor in delen van de hersenen die zijn verbonden met de stemming, emotie en eetlust. CB2-receptoren bevinden zich echter met name in ons immuunsysteem en het centrale zenuwstelsel. Er zijn plekken waar beide receptoren aanwezig zijn, zoals ons spijsverteringsstelsel. Maar in dat geval is elke receptor verantwoordelijk voor het prikkelen van een andere functie.

Zowel CB1- als CB2-receptoren zijn in het hele lichaam aanwezig

We maakten geen grapje toen we zeiden dat receptoren bijna in elk deel van het menselijk lichaam voorkomen. Hieronder een overzicht van een aantal, maar bij lange na niet alle, gebieden waar CB1- als CB2-receptoren voorkomen.

• CB1: hersenen, longen, vaatstelsel, spieren, spijsverteringsstelsel, voortplantingsorganen en lever.

• CB2: huid, botten, milt, immuunsysteem, alvleesklier en hersenstam.

Dit zijn slechts de delen van het lichaam waarvan wetenschappers hebben ontdekt dat er receptoren voorkomen. Onderzoek naar het ECS is nog in volle gang en daarom stuiten onderzoekers nog altijd op nieuwe ontdekkingen. Het lijkt wel of niets kan ontsnappen aan de invloed van het endocannabinoïdesysteem.

Het ECS maakt gebruik van een slot- en sleutelprincipe

Mogelijk ga je ervan uit dat het zeer complex is hoe het lichaam weet welke chemische stof zich aan welke receptor moet binden. Gelukkig is het allemaal niet zo ingewikkeld. Elke chemische stof, of het nu een fytocannabinoïde is of een endocannabinoïde, is specifiek qua profiel of vorm. Dat zorgt ervoor dat slechts bepaalde stoffen in staat zijn te reageren met een soort receptor. Net zoals de sleutel van je voordeur alleen maar past op de voordeur van je huis, werkt CBD in op specifieke receptoren die bijvoorbeeld voorkomen in de spijsvertering. In dit voorbeeld heeft cannabidiol een vorm die past op 'het slot' van de receptor. Ook andere soorten cannabinoïden passen mogelijk op hetzelfde slot. Maar dan moeten ze wel een vergelijkbare chemische structuur hebben.

Er komen steeds meer voorbeelden bij van de invloed van het ECS

Nu we de basis van het ECS hebben uitgelegd, blijft de vraag over wat er gebeurt als een receptor wordt ontsloten. Deze voorbeelden zijn niet allesomvattend, want wetenschappers doen er nog steeds onderzoek naar. Maar uit onderzoeken tot dusver blijkt dat het ECS effect heeft op de volgende functies:

• Geheugen
• Eetlust
• Energiebalans
• Metabolisme
• Stress (waaronder het reguleren van angst)
• Immuunfunctie
• Slaap
• Lichaamsbeweging
• Vrouwelijke voortplanting

Er is nog een lange weg te gaan voordat we het potentieel van het ECS volledig begrijpen. Bekend is wel dat het gewenste biologische reacties kan stimuleren. Bovendien is het door receptoren te blokkeren in staat om specifieke functies te beperken. Dat kan echter negatieve gevolgen hebben, vergelijkbaar met het gebruik van bepaalde synthetische cannabinoïden. Uit wat we tot dusver weten, blijkt dat consumptie van natuurlijk geproduceerde cannabinoïden de beste manier is om de gunstige werking van ons ECS te stimuleren.

Welk product heb ik nodig?