Moet ik CBD met of zonder voedsel innemen?

Gepubliceerd:

CBD en voeding: Wat zijn de feiten?

Denk eens aan de laatste keer dat je CBD nam; was dat met of zonder voedsel? Voor wie aan het jongleren is met een baan van negen-tot-vijf, kinderen en de dagelijkse beslommeringen is het soms handig om cannabidiol verspreid over de dag te nemen. Bij het opstaan, bij de lunch en voor het slapengaan, bijvoorbeeld. In alle drie de situaties geven we de CBD verschillende biologische variabelen om mee te werken. ‘s Ochtends is onze maag leeg; bij de lunch hebben we waarschijnlijk even snel iets genomen. En onze laatste dosis CBD volgt meestal op een volwaardige maaltijd.

Tot recent waren we afhankelijk van anekdotisch bewijs en ongestaafde beweringen om te achterhalen of de genoemde scenario’s verschil maken qua impact van CBD op het lichaam. Gelukkig zijn er nu nieuwe inzichten die een antwoord geven op de veelgestelde vraag: “Moet ik CBD met of zonder voedsel innemen?”

Moet ik CBD met of zonder voedsel innemen?

Voor zover we nu weten, is er een goede reden om CBD in te nemen met voedsel. Om te begrijpen waarom je lichaam cannabidiol waarschijnlijk beter opneemt met voeding, leggen we twee concepten uit. Ten eerste de biologische beschikbaarheid en ten tweede het first-pass-effect. De biologische beschikbaarheid is “het percentage van een medicijn of ander middel dat het lichaam ter beschikking krijgt en vervolgens werkzaam is”. In lekentermen is het de hoeveelheid en snelheid waarmee CBD in de bloedbaan terechtkomt.

Het is cruciaal om ervoor te zorgen dat de biologische beschikbaarheid zo hoog mogelijk is. Hoe lager deze namelijk is, hoe meer je van een stofje nodig hebt voor dezelfde effecten als een alternatief met een hogere biologische beschikbaarheid. Als we de biologische beschikbaarheid van CBD kunnen verbeteren door iets eenvoudigs als voedsel, dan is dat iets kleins met mogelijk veel resultaat.

Dat brengt ons bij het tweede belangrijke concept — het first-pass-effect. Oraal toegediende CBD heeft een relatief lage biologische beschikbaarheid (lage absorptiesnelheid en niet het volledige stofje bereikt onze bloedbaan). Dat komt omdat het eerst langs de spijsverteringsenzymen moet, voordat het in de lever terechtkomt. En dat kost tijd.

Hierbij breekt het lichaam het stofje af tot kernbestanddelen. Dat is de taak van een groep enzymen, de zogenaamde cytochroom P450 (CYP450). Wat begint als een eenvoudige CBD-verbinding splitst zich uit in meer dan 100 verschillende metabolieten. Helaas verwerkt en scheidt het lichaam veel van deze metabolieten af voordat ze in de bloedbaan terechtkomen. En dat zorgt voor een lagere biologische beschikbaarheid.

Wat zegt de wetenschap over het innemen van CBD met voedsel?

Uit nieuwe bevindingen blijkt dat het innemen van CBD met voeding er mogelijk voor zorgt dat het stofje het first-pass-effect omzeilt. En dat zorgt voor een hogere biologische beschikbaarheid. Neem onze woorden echter niet zomaar aan; we gaan het betreffende onderzoek van naderbij bekijken.

De Universiteit van Minnesota publiceerde een onderzoek waarin de onderzoekers bekeken wat de invloed was van voedsel op CBD bij “volwassenen met therapieresistente epilepsie”. Acht mensen die allemaal eerder CBD voorgeschreven hadden gekregen voor hun toevallen, kregen “één dosis van 99% pure CBD-capsules”. Daarbij was de instructie dat ze het “zowel vastend (geen ontbijt) als met voeding (vetrijk; 840–860 calorieën)” moesten innemen. Om de hoeveelheid CBD in de bloedbaan te meten, noteerde men het plasmaniveau direct na inname en enkele dagen later.

Uit de resultaten bleek dat de hoeveelheid CBD die men in het lichaam registreerde, vier keer zo hoog was bij inname met vette voeding dan bij een lege maag. Hoewel het om een kleine onderzoeksgroep gaat, bevestigt onze kennis over de opnamesnelheid van vetten en oliën deze bevindingen.

Een review van de Harvard Medical School betrof de biofunctionaliteit van vetzuren (triglyceriden met lange en middellange ketens). De onderzoekers ontdekten dat conventionele vetten en oliën reageerden “als energierijke, snel beschikbare brandstof”. De conclusie gaat daarbij hand in hand met de resultaten van het onderzoek van de Universiteit van Minnesota.

Het lichaam neemt vet voedsel sneller op en dat voorkomt dat een deel van de voeding wordt afgebroken door het first-pass-effect. Gelukkig voor CBD-gebruikers, is CBD van nature hydrofoob. Het bindt zich dus makkelijk aan oliën en stoot water af. Hierdoor denkt men dat bepaalde CBD-moleculen zich binden aan lange keten-triglyceriden. Ze komen daarbij in het lichaam als de vetten worden opgenomen en worden dus geen slachtoffer van P450-enzymen.

Verdere overwegingen

Al deze informatie geeft ons genoeg om over na te denken. We vatten het even voor je samen:

In een kleine klinische proef ontdekte men dat CBD een hogere biologische beschikbaarheid had bij inname op een volle maag of met vet voedsel, zoals vis, avocado, noten, rood vlees en kokosolie. Een hogere biologische beschikbaarheid betekent dat er meer cannabidiol op de plek van bestemming komt. Bovendien gebeurt dat in een hoger tempo. Als je de dag altijd begint of afsluit met CBD, maar daar geen voeding bij inneemt, dan moet je die gewoonte misschien eens gaan veranderen.

Je moet echter ook bedenken dat de onderzoeksgroep van het hierboven genoemde onderzoek klein is. Hoewel de resultaten bemoedigend zijn, zijn ze nog niet op grote schaal bevestigd. We adviseren je dan ook altijd om eerst met je huisarts te spreken voordat je CBD gaat gebruiken of als je je voedingspatroon of eetgewoonten wilt aanpassen.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en ontvang 10% korting op één order

Welk product heb ik nodig?